$ 1. Grotere sprongen
Na de constructie van array systemen
voor het maken van grote getallen,
nemen we de sprong naar een grotere ψ psi.
Getallen met psi zijn eindig,
maar werken hetzelfde als met het oneindige ω
omega, wat volgt op alle natuurlijke getallen.
$ 1.1. Naar psi
Gegeven een systeem dat grote getallen uitdrukt,
laat 'psi' ψ het eerstvolgende natuurlijke getal zijn,
dat bewijsbaar groter is dan we met bestaande
middelen in dit systeem kunnen noteren.
Onze niet-standaard constante ψ
geeft de hypothetische ondergrens aan van alle getallen,
die een gegeven standaard systeem overstijgen.
Het bestaan van grotere natuurlijke getallen is zeker,
omdat elk eindig systeem uit te breiden is
met een hogere recursie.
Als we dat doen, dan zou de psi
voor dat nieuwe systeem een stuk opschuiven.
Zoals een regenboog ergens de grond lijkt te raken,
maar bij benadering verder weg ligt, buiten ons blikveld.
Maar we houden dus een zeker standaard systeem aan,
waarmee volgende getallen psi ψ duidelijk worden bepaald.
Het is voor de ordening van sprongen in het vervolg
voldoende, als we dit grens element of "supremum"
of deze functie successor met psi ψ
kunnen benaderen.
Na de aanname dat het getal psi ψ bestaat,
gebruiken we die als input in ons standaard systeem
om er de output mee op te waarderen.
We substitueren psi per conventie in de herhalende
constante a=ψ van de expressie,
waarmee we naburige grotere getallen uitdrukken.
Generaliserend naar elementen van elk type:
als een systeem bepaalde output produceert,
kunnen we een successor ψ postuleren
van hetzelfde input / output type.
Maar zolang ψ niet als input gegeven is,
kan dit binnen het bereik van ons systeem
nooit in de output voorkomen.
In theorie bestrijken we het hele domein
van de natuurlijke getallen 1..
door steeds 1 op te tellen bij elk voorgaande getal,
ofwel door iteratie van de successor functie van Peano.
In de praktijk is dit niet mogelijk.
Grote getallen kunnen vaak alleen geschreven
worden met een expressie van een array functie.
Om recursies met diep geneste subexpressies
uit te werken tot unair getal, of decimale basis,
of ander kleiner format is ondoenlijk.
Maar als de expressie gegeven is
en volledige evaluatie ervan in theorie mogelijk,
dan staat dat voor een groot getal.
De aanname van een getal psi
door een extra recursie bovenop het gebruikte systeem
te plaatsen, is in dit licht bezien niet echt virtueler.
Onze snelle array functies zijn een soort turbo tellers.
Door vermindering van de resolutie (overslaan van getallen)
zijn deze systemen in staat een beperkt aantal
grote getallen in het kort te noteren.
Daarmee kunnen dan weer de getaleilanden worden gevormd,
die uit de ruimere zee van onbekende natuurlijke getallen oprijzen.
Want de meeste "random" natuurlijke getallen daarin
kunnen nooit fysiek worden genoteerd.
In een standaard systeem zijn praktisch
slechts beperkte reeksen kenbare getal expressies
zonder gaten mogelijk.
Die gebieden worden uitgebreid door
allerlei mogelijke systemen te combineren.
Maar ook de wiskundige taal heeft fysieke grenzen,
en al gauw bevinden de meeste getallen
zich in de lacunes tussenin.
Vanwege de fysieke grenzen in elk universum,
is het bewezen dat er grote en grotere
"bovennatuurlijke" getallen bestaan.
De "grote" bovennatuurlijke liggen
tussen de fractals van mogelijke expressies verborgen,
soms ver onder de virtuele waarde
van de eerste "grotere" psi.
Elke constructieve notatie
heeft een praktische limiet.
Los van de systemen die ons ter beschikking staan,
kunnen we een hoger groter getal psi ψ aannemen,
dat welliswaar eindig is en kleiner dan ω omega,
maar als eerste vlak boven de getallen horizon
van alle fysiek mogelijke systemen in ons universum ligt.
En als "fysiek mogelijk" inhoudt,
ook daadwerkelijk fysiek gerealiseerd,
dan ligt die hogere psi ψ net buiten bereik
van het ultieme systeem, waarmee ooit
in het Transgalactische Guinness Record Boek
het finale grote getal staat genoteerd.
$ 1.2. Naar oneindig
Stel dat omega ω = 1... oneindig tellen is,
de onderste limiet voorbij alle natuurlijke getallen
waarvan het tellen ooit stopt.
Of dat tellen langzaam met 1 of versneld
en recursief gebeurt is daarbij niet van belang.
Dit eerste oneindige is niet constructief te verantwoorden.
Het ligt zowel boven het tellen van enen, als boven
alle mogelijke natuurlijke expressies
in array systemen voor grote getallen
en hun bovennatuurlijk grotere psi.
Het bestaan van 'omega' ω
als telbaar oneindig getal is Cantor's axioma,
een aanname vanuit een hogere set theorie.
Vanaf 0 geteld neemt bij elk getal n
de verzameling getallen met 1 element toe,
zodat n1 het aantal wordt.
Daarom nam Cantor aan, dat het totale aantal
van de natuurlijke getallen
direct volgt op de hypothetische toevoeging
van het allerlaatste element.
En dat er vóór deze omega geen kleiner
oneindig getal ligt, dat te tellen is
of redelijk voorstelbaar zou zijn.
Vanuit constructief gezichtspunt
bestaat er geen laatst geteld getal.
Dus gaat het oneindige een stap te ver
en ligt omega buiten het boekje.
We kunnen daar wel een systeem successor ψ
aannemen: een getal dat groter is dan alle getallen
uit ons standaard systeem. Zoals we zagen
is dat altijd wel constructief te verantwoorden:
met een extra recursie in een vervolg systeem.
De constante psi ψ is groter,
maar niet oneindig groter. En er bestaan
altijd nog grotere natuurlijke getallen.
Onze psi werkt verder hetzelfde als Cantor's omega,
zodat we het vreemde axioma dat er een oneindig getal
volgt op alle tellen, niet nodig hebben.
Alle type indexeringen, recursie regels en stellingen,
die voor de eerstvolgende eindige ψ psi gelden,
kunnen precies zo worden toegepast
op oneindige ω omega, en vice versa.
Wat weer begint met rekenen als op school.
$ 1.3. Verder springen
Vanaf het supremum psi ψ aftellen
of terugrekenen is niet bijster zinvol,
hoewel vanuit een hoger systeem in principe wel mogelijk.
Terwijl Cantor's omega ω
fundamenteel niet aftelbaar is,
omdat er geen kleiner oneindig getal onder ligt.
Maar optellen kan bij elk wiskundig getal:
bij de constante psi ψ1 en per definitie ook ω1
na de verzameling omega. Hoewel psi plus
een standaard getal ψn niet echt groter wordt,
en eindig optellen bij oneindig ωn of ook ωψ
ongeveer gelijk blijft aan omega.
Zo rekenen we oneindig door vanaf omega,
en betreden wat genoemd wordt "Cantor's universum".
De drie punten ...
staan voor herhaling zonder eind,
zodat de selectie links ervan
omega keer wordt herhaald.
ω.1... = ωω
ωω.1... = ω*3
ω... = ω*ω
ω*ω.+ω... = ω*ω*2
+ω*ω... = ω*ω*ω
1.*ω... = ω^ω
ω^ω.*ω... = ω^ωω
ω^.ω... = ω^ω^2
ω^(.+ω*ω...) = ω^ω^3
ω^(1.*ω...) = ω^^3
Tot aan de dubbele exponent is de vorming
van omega machten door oneindige herhaling
van eerdere operaties nog redelijk te volgen.
We nemen aan dat ook de hogere operaties
terug te brengen zijn op voorafgaande.
Omdat psi ψ niet praktisch aftelbaar is
en omega ω zelfs theoretisch niet, is het itereren
over deze samengestelde getallen niet mogelijk.
Steeds worden grotere dan natuurlijke operaties
uitgedrukt, die zijn opgebouwd vanaf Cantor's ω1
bijtellen en vervolgens eindeloos worden herhaald.
Zulke virtuele getallen kunnen alleen nog
qua grootte onderling worden vergeleken.
We construeren virtueel verder, binnen de ruimtelijke
structuren van onze array functies, zonder nog
naar een uitkomst getal toe te kunnen evalueren.
Dat deden we bij standaard grote getallen ook al,
maar nu kan dit echt niet meer.
Cantor's bijtellen blijft ook
bij hogere transfiniete recursies mogelijk.
Met psi of met omega kunnen we op dezelfde manier
doorrekenen in superoperaties
en in willekeurig groeiende arrays.
Voor de volgende herleidingen maakt het niet uit
of we a↑b1 gelijk stellen aan a^b1
of aan a*2^b aan het begin
van de Conway-Knuth superpijlketens.
ω↑(...ω...) = ω↑↑ω1
ω↑{ω}(...1...) "Knuth's oppijlen"
= ω↑{ω1}ω
ω↑{...1...}ω "Graham's recursie"
= ω→ω→ω→2
ω→ω→(...1...)→n = ω→ω→ω→n1
L→(..1..)→ω :ω: = L→ω→ω1
ω→...ω "Conway's pijlketen"
= ω→↑ω1
ω→↑{ω}...1 "CK superpijlketen"
= ω→↑{ω1}ω
Zo kunnen de grotere getallen ψ of ω
opnieuw als input functioneren
voor elke grote getallen array.
Vanuit optellen of substitutie van constante a
worden deze opgeladen naar afgetelde iteratoren
die hogere array constructen herhalen.
Dat wordt zeker groot, maar is het echt groter?
$ 1.4. Tweede psi
De volgende psi sprong komt na de hoogste recursie
in het standaard systeem met de gegeven input psi.
Bijvoorbeeld in geneste Birdy arrays
door de hogere recursie over nest diepte
met een teller ψ aan te geven.
Als we over Conway-Knuth superpijlketens →↑{ψ}
heen springen, hoe ver ook, haalt dat nog lang niet
de op niveau ψ geneste separator arrays in Birdy.
Voor oneindige recursies geldt dan ook,
dat een superketen als ω→{ω}ω niet veel toevoegt
aan de oorsponkelijke sprong ω na alle tellen.
We kunnen een fysisch maximaal systeem Psi Ψ
postuleren dat grote getallen uitdrukt.
Maar dan nog zijn deze eindig en de psi ψ
sprong erover ligt nog ver onder het ω oneindige.
Cantor's omega is zelfs virtueel onconstrueerbaar.
Het ligt een axioma hoger ω>>ψ dan iedere psi,
ook als die een virtuele sprong
uit een groter dan fysisch mogelijk systeem representeert.
Overigens is een universum niet langer optimaal
te gebruiken als grote getallen array,
zodra zijn supremum Psi Ψ erin ter sprake komt.
Onze metafysische constante Ψ
staat logischerwijs in voor een virtuele systeem structuur,
die minimaal groter is -> dan de capaciteit
van ons universum.
Hetzelfde geldt niet voor een oneindig
recursief Ω systeem, omdat optimaal gebruik
van wiskundige middelen in een oneindig universum
niet zinvol lijkt. Omega Ω betekent in het algemeen:
alle oneindig mogelijke getalsystemen.
Zowel psi als omega kunnen door iteratie
in standaard arrays niet systemisch groter worden.
Dat worden sprong getallen alleen,
door een tweede type sprong te wagen voorbij ons
systeem met recursies over de eerste sprong.
Wordt de eerst grotere psi en omega
met index als ψ_1 of ω_0 geschreven,
dan ligt de volgend grotere psi ψ_2
of omega ω_1 vlak boven de hoogste recursie
in ons standaard systeem met de eerste constante
als teller input.
De tweede type psi sprong is qua opzet vergelijkbaar
met Cantor's aanname van het hogere oneindige ω_1
dat het totale aantal geeft van de reële getallen.
Dit bestaat per definitie uit alle getallen,
die met de ω natuurlijke getallen
en alle recursieve functies Ω
en hun inversen (oneindig geschakeld) te maken zijn.
Maar omdat elke psi sprong binnen het domein
van de natuurlijke getallen plaats heeft, blijft
bij elke psi met index gelden dat ψ_i<<ω
qua grootte.
$ 2. Sprong indexering
Dezelfde arrays waarin we grote getallen uitdrukken,
kunnen we gebruiken om type indexen voor grotere getallen ψ
of voor hogere oneindigen ω te noteren.
De array structuur is daar bij uitstek voor geschikt.
Hier maken we die omslag.
$ 2.1. Systeem index
We introduceerden de constante 'psi' ψ of ψ_1
die een successor getal aangeeft bij eindige systemen.
Of psi een recursie extra toepast
op een gegeven systeem voor grote getallen,
of dat psi groter is dan fysisch te noteren valt,
maakt voor de verdere indexering ervan niet uit.
Maar elke virtuele psi blijft fundamenteel
een natuurlijk getal en per axioma kleiner
dan 'omega' ω of ω_0 oneindig.
Analyseer nog eens wat er gebeurt,
als we met psi doorrekenen.
Tel verder van ψ1 tot ψn
of met een snelle array functie tot ψ+S(m,Z)
wat maximaal kan zijn. Tel dan nog een sprong
voorbij dit standaard systeem,
waarmee psi ψψ verdubbeld is.
Herhaal dit optellen van de systeem sprong ψ..
wat psi vermenigvuldigt ψ*n en spring
boven dit standaard aantal psi uit ψ*ψ
met psi in de factor.
Omdat psi alleen kan worden afgeteld
door buiten het standaard systeem te treden,
is dit louter een vergelijkende notatie
voor grotere getallen.
Beschouw alle operaties met psi als virtueel
en niet reduceerbaar tot standaard getallen
of zelfs maar een standaard aantal psi.
We kunnen operaties met ψ
wel ordenen en verder opbouwen, zoals
in het vorige hoofdstuk met ω superrekenen.
In het algemeen,
door psi opnieuw in te zetten als constante S(ψ,X)
in een recursief systeem,
drukken we meer van dit type grotere getallen uit.
Tot de bovengrens van onze array structuur
bij benadering is bereikt, en de tweede sprong
naar een nog groter getal ψ_2 kan volgen.
Door ons array systeem uit te breiden
met een hogere recursie,
kunnen we behalve ψ_1 ook ψ_2
herleiden tot standaard getal.
Daarin blijkt dat de expressie
voor ψ_2 er niet veel groter uitziet
dan die voor ψ_1 omdat beide
in de parameter na de hogere teller volgen,
met waarde 2 tegen een 1 die wegvalt.
Dit extrapolerend naar omega ω_1
als de axiomatische sprong
uit een oneindig groot recursief systeem
over ω_0 oneindig, daarbij valt een extra tel
in een extra parameter in het niet.
Het volgende omega axioma kan niet veel "oneindiger" zijn,
hoe verschillend we de onderliggende verzamelingen,
die van de reële getallen in het continuüm
ten opzichte van de natuurlijke, ook ervaren.
Door de voorganger psi in het systeem te betrekken
en daarover te springen worden alle successor psi
gedefinieerd als grotere getallen.
Elke ψ_n een systeem sprong groter *>
dan die ervoor.
Elke nieuwe sprong gebeurt relatief
aan de generieke expressie a,Z
waarin de array structuur volledig is benut.
Met daarin eerst een vrij maximaal getal m
als constante en vervolgens de steeds grotere psi.
Sprong type indexen van psi ψ_n
noteren we hier als eerste parameter ψ[n]
binnen index array haakjes.
ψ[0] = 1 -> 0
ψ[1] = ψ *> m,Z
ψ[2] = ψ_2 *> ψ,Z
ψ[n1] = ψ_n1 *> ψ[n],Z
.ψ[i] *> (..m..),Z :n1:1
De oersprong ψ_0 uit het niets naar 1
is natuurlijk essentieel.
In de laatste zin werd de vergelijkende
indexering van psi sprongen in geneste vorm
weergegeven; zie het als leesoefening.
Door het systeem uit te breiden
kunnen we precieser krijgen,
hoeveel groter deze psi sprong types zijn.
Dan is elke psi ψ_n
met een virtuele separator ;
voor de hogere recursie
met de extra expressie a,b;m,n weer te geven.
Maar zoiets sluit misschien niet aan
bij de axioma sprongen ω_n
over oneindig recursieve systemen
en is ook niet essentieel.
Ook als we een groter systeem Ψ
postuleren dan we fysisch kunnen gebruiken,
zelfs als we een oneindig systeem Ω
aannemen (met een oneindig alfabet
van nestbare separator index haakjes),
dan nog kunnen we daar bovenuit springen
en virtueel verder rekenen.
We stellen dan, dat er een groter getal
achter de horizon van Ψ(ψ_n,Z) ligt,
of een hoger oneindige op Ω(ω_n,Z) volgt.
Deze nieuwe sprong na alle mogelijke eerdere sprongen
telt eenvoudig op ψ_n1 of ω_n1
tot de volgende index.
$ 2.2. Sprong afstand
Over psi ψ_n1 en over *>
recursieve psi ψ_n,Z
maken we grote sprongen,
door de waarde van de eerste psi index
uit te drukken ψ_[(a,X)]
met dezelfde grote getallen functie.
Tot ook deze grote indexen maximaal worden.
Door de index zelf te laten springen naar "psi psi",
worden de vorige psi met standaard index overtroffen.
Omdat een index ook maar een getal is,
volgt de index psi in ψ_ψ logisch
uit het bestaan van grotere sprong getallen.
Die kunnen boven ons standaard systeem liggen,
of boven elk fysisch mogelijk systeem.
Zo is door Cantor's axioma van oneindig ω
eveneens logisch gegeven, dat op opeenvolgende
type oneindigen ω_n1 allen groter dan >>
voorgaande typen oneindigen ω_n,Ω
recursief vermeerderd in een oneindig systeem,
een hogere ω_ω met oneindige index volgt.
Dit dubbel axiomatische construct ω_ω wordt
in de set theorie het ontoegankelijk oneindige genoemd,
of de eerste Mahlo kardinaal. Maar onze indexering
is juist bedoeld om voor dat ratjetoe van namen
van de wiskundigen een oplossing te bedenken.
Door op systematische leest vanuit omega verder bouwen,
kunnen alle hoger oneindigen logisch uit de vorige volgen.
Vanuit het totaal van de natuurlijke getallen ω_0
tellen set theoretici verder, langs Cantor's ordinalen,
voorbij de verzameling ω_1
van alle oneindig construeerbare getallen, een lang verhaal.
Zo lijkt het of omega's omega ω_ω
ver van omega ω verwijderd ligt.
Maar vanuit het perspectief
dat een sprong uit ons standaard systeem
equivalent is aan wat extra structuur erbovenop,
is dit een kleine afstand.
Van psi ψ met de extra expressie a,m;1,2
naar psi psi ψ_ψ als extravagantie a,m;1,2,2
scheelt maar een parameter.
Relatief insignificant ten opzichte van
de oneindige arrays, waar iedere
omega index >> overheen zou springen.
Op een maximale array m,Z
volgt de psi ψ sprong. Alsof in a,b;m
een extra teller m is aangeplakt,
om het hoogste array construct zeker voorbij die in
de maximale structuur Z op te blazen.
De psi index getallen,
waarmee we recursief uit het systeem springen,
kunnen we rechts na de teller m
in de eerste extravagante iterator aangeven.
En zo is de tweede sprong ψ_2
equivalent aan a,b;m,2
wat de systeem recursie over de eerste sprong
oplaadt a,X;ψ naar de teller.
Hoewel de structuur X groter is
dan de maximale standaard Z
en vervolgens cumulatief groeit,
zijn deze X_i insignificant
onder de opgeladen psi ψ_i waarden.
We mogen het deel links in de evaluatie
vergeten en met a,b afronden.
ψ_n1 ≈ a,b;m,n1
≈ a,b;ψ_1,n
≈ a,b;ψ_n
ψ[1,1] = ψ_ψ
≈ a,b;m,1,2
Nu geldt ψ_ψ1 *> ψ_ψ,Z
voor de volgende psi sprong over het systeem.
De psi index groeit op zich,
terwijl systeem sprongen
aan betekenis verliezen.
Na de maximale index ψ_[(ψ,Z)] met psi,
springt ψ_ψ_2 naar volgend groter.
Onder de dubbele index van psi psi
nesten we weer nieuwe indexen.
Stel dat we het aantal index etages
van psi onder psi noteren in een rep :n
en dat getal wordt :m,Z groot,
dan gaan we ook daar weer :ψ overheen.
ψ[n,1] = ψ_ψ_n ≈ a,b;m,n,2
ψ[1,2] = ψ_ψ_ψ ≈ a,b;m,1,3
ψ[1,n] = ψ_[._[.]] :n ≈ a,b;m,1,n
ψ[1,1,1] = ψ_[._[.]] :ψ ≈ a,b;m,1,1,2
Hoe groter de systemen,
hoe minder significant het verschil
van een paar extra parameters.
Hoewel niet constructief maar transfiniet,
zal de nabijheid van dergelijke hogere oneindigen
tot omega ω nog sterker gelden.
De vraag wordt dan eigenlijk, hoe kan
de relatieve afstand in het oneindige nog groeien..?
$ 2.3. Voorbeeld psi
Hier twee voorbeelden van systemen met simpel tellen
en met kwadrateren, waar niet zo grote "psi" getallen
duidelijk het systeem overtreffen.
Een kleuter die hooguit tot 10 kan tellen,
wordt door zus met psi 100 overbluft.
Die ψ_1 input doet haar broertje verder tellen tot 110
en spring naar ψ_2 = 200 zegt zus.
Na tien psi sprongen ψ_10 = 1000
kan broertje niet meer,
maar zus roept ψ_ψ = 10000
de "myriade" uit, oud Grieks voor ontelbaar.
Het maken van grote getallen nam een vlucht
in het oude India. Vanaf de "lakh" 10^5
vormt hun algoritme bij herhaling kwadraten.
Waar elke stap een nieuw getal benoemd,
tot men rond de 100 stappen
het Indiase ontelbaar bereikte, een getal dat
asamkhyeya
heet.
De Bloemenkrans Soetra plaatst erboven
nog negen dubbele kwadraten, maar de proza
vertelling erin stopt na "onverteld kwadraat".
Beschikbare vertalingen van deze soetra verschillen
wat betreft het eerste getal en het aantal stappen,
dus dit is een reconstructie.
10^(5*2^104)
"asamkhyeya"
10^(5*2^123)
"onverteld kwadraat"
10^^(10^(5*2^120))
"onuitsprekelijke tetratie"
Met het gedicht dat in de
Bloemenkrans Soetra
op de genoemde kwadraten volgt, drukten boeddhisten
het grootste getal van de antieke wereld uit.
Waarschijnlijk is 10^^(10^(5*2^120))
die "onuitsprekelijke tetratie", maar taalgeleerden
moeten dit nog precies uitpluizen.
Neem het volgende dubbele kwadraat 10^(5*2^125)
als maximale output
van ons Indiase grote getallen systeem.
Dit ronden we tot m = 3^3^3^4 af.
We stappen in de tijdreis machine
en om met onze psi sprong de monniken
te overbluffen, beginnen we met 10^9 miljard
en maken elke stap een grotere kubus die we uitvouwen,
in totaal zo'n 1000 keer.
Stel dat de laatste kubus 10^3^2^10
telt, dan is onze ψ ongeveer 4^4^4^5
en in elk opzicht "groter".
De volgende duizend kubussen springen met 10^3^2^11
naar ψ_2 en daarbij geeft ψ_3 is 4^4^4^6
een dubbele sprong.
Herhaal die routine tot maximaal
ongeveer 3^^6^+4 of ψ_m = 4^^7
met een standaard psi index.
Of spring naar het grotere getal 4^^6^+5
of ongeveer ψ_ψ = 5^^7 met een virtuele index psi.
Wat in deze simpele voorbeelden duidelijk wordt:
hoe uitgebreider het systeem,
hoe minder het maximum getal m
van ψ en zelfs van ψ_ψ verschilt.
Broertje telt tot 10
en de myriade ψ_ψ = 10^4
van zus is een exponent hoger.
Maar in Conway's pijlketen ziet ψ_ψ = 5→7→2
er na ons maximum m als de tetratie 4→4→2
of precieser als 27→3→2
op het oog niet veel groter uit.
$ 2.4. Psilosofie
In array functies volgt op elke rij een teller,
die een aantal parameters aan de voorgaande rij toevoegt.
Met rechts ervan ruimte voor een nieuwe rij
van parameters, recursief over die teller.
Op de eerste rij volgt dus de tweede
en meerdere rijen vormen een vlak.
Daarvan worden de rijen weer vermeerderd
door de eerste teller van het volgende vlak,
beide in de derde dimensie.
En zo volgen de dimensies elkaar op
in een multidimensionale array. Te scheiden
door separatoren met een index waarde
die de dimensie aangeeft.
Nieuwe concepten zijn cyclisch.
De dimensie index is ook de eerste parameter
van de geneste rij. Separator index rijen
zijn arbitrair diep te nesten, wat "een" geheel maakt.
Elkaar dieper nestende arrays staan in serie
en vormen het "getal" concept voor de tweede cyclus.
Een operator * ertussen vermenigvuldigt
series separator arrays uit cyclus 1 .
Een operator die zelf weer telbaar *{k} is
en indexeerbaar *[T] wordt
met cyclus 2 diep geneste ster array series.
Van getal naar array volgen de cycli elkaar op.
Ook die cycli zijn telbaar
en indexeerbaar met eigen arrays
en noteren zeer grote getallen.
Toch ligt het telbaar oneindige ω verder dan
de grote natuurlijke getallen uit onze eindige superarrays.
Als we de psi index array van sprongen over het systeem
aan het systeem toevoegen, dan volgt de index in ψ_n
meteen na de teller voor ψ psi.
Hoe groter het systeem hoe insignificanter
dat verschil.
Daaruit concludeerden we dat
het hoger oneindige ω_ω vrijwel samenvalt
met omega ω als axiomatisch concept.
En dat de reële getallen ω_1
uit alle telbaar oneindige recursieve systemen,
een niet veel grotere verzameling vormen
dan de ω_0 natuurlijke getallen.
Vanaf de tetratie wortel 2^^0.5
via de superinversen p*{q}r*{s}-*t
en hun eindeloos geneste reeksen
komen er steeds meer getallen bij.
Hoe groter de mogelijkheden om reële getallen te maken,
hoe dieper de onderverdeling van de getallenlijn.
De paradox, die blijkt uit het verder tellen
van omega indexen in een extra cel bovenop
een oneindig systeem, is dat het natuurlijk
en reëel oneindige elkaar in de diepte
juist dichter naderen.
Wat als de preciese waarden van deze
superreële expressies onvindbaar zijn?
Dan spreiden ze zich diep onder de getallenzee van
convergerende reeksen uit,
verborgen als vissen in scholen.
Wat is dan nog een getal?
We refereren verder niet aan omega ω
als we onze psi ψ systemen verder uitbouwen.
Of psi nu groter is dan ons standaard systeem,
of groter dan elk mogelijk maximaal systeem,
of groter dan alle eindige getallen
(als we psi in naam van omega gebruiken).
Psi index arrays worden op dezelfde manier
uitgebreid als standaard arrays,
inclusief al de getal-cycli en haakjes-types.
Maar boven onze array structuur kunnen we
een uitgebreidere volgende structuur Ψ aannemen,
die groter is dan wat wiskundigen
(hier en nu, of ooit door de mens,
of in het universum) kunnen realiseren of simuleren.
Gewone psi indexen kunnen we relateren
aan de extra structuur, waar we onze standaard
index arrays mee uit kunnen breiden.
Maar de structuur van de Psi array [Ψ]
is altijd groter dan dat.
Psi Ψ is een virtueel eindig systeem,
kleiner dus dan de oneindige Ω array
en de output ervan is kleiner dan ω oneindig.
Als we Psi Ψ groter stellen dan de capaciteit
aan tekens in ons universum, kunnen we aannemen
dat daarboven toch Psi sprongen bestaan
en de zogenaamde "grootste" getallen.
Die grootste psi ψ[Ψ] betekent een index
structuur sprong boven de maximale standaard array,
maar stelt nog steeds een eindig
en natuurlijk getal voor.
Er zijn verschillende universa denkbaar,
die elkaar zouden omvatten,
elk door een Psi Ψ_i te begrenzen,
de een nog grootser dan de ander.
Toch blijven al zulke Psi eindig
en minder omvattend dan de Omega Ω array structuur.
ψ[X]. <^ ψ[Ψ_i].. :k
<< ω[Ω]
Voor ons is een enkele boven-constructieve Psi Ψ
voldoende, omdat deze model kan staan voor Omega Ω
arrays met oneindig uitgebreide structuur. Dit hoogste oneindige
gebied boven alle omega ω[Ω] met recursieve indexen,
kan via ons virtuele ψ[Ψ] construct in kaart gebracht worden.
Motto is steeds, dat we hoger en hoogst kunnen springen,
zolang we dat "psilosofisch" kunnen verantwoorden,
met een kloppend verhaal dus.
Nieuwe indexen van hoogste sprongen
kunnen we met alfa α tekens aangeven,
steeds in vergelijking met ψ[Ψ]
psi index arrays.
Een alfabet index array die "grootste"
getallen tekent, boven ^> alle mogelijke
eindige sprong ψ[X] index arrays.
Of analoog eraan de "hoogst" oneindige.
α[0] = ψ *> X
α[1]ψ = ψ[Ψ] ^> ψ[X]
α[2]ψ = α[1]ψ[Ψ]
α[n1]ψ = α[n]ψ[Ψ]
Dit alfabet is links associatief, dus α[n]ψ[Ψ]
betekent de bovennatuurlijk grote index array [Ψ]
bij het huidige α[n]ψ grootste Psi type.
Na α[ψ]ψ bouwen we ook die index weer uit
tot array α[a,Z]ψ overtroffen door α[Ψ]ψ
wat α[1]α[1]ψ is,
ofwel αα wat alfa overtreffing telbaar maakt
en vermeerdert tot α*[Ψ]ψ arrays,
tot er een grootster alfabet β over springt.
De zinloosheid van dit alles wordt inmiddels zichtbaar.
Zo maakt het voor de ontwikkeling van deze alfabetten
niet uit, of we α[n1]ψ als gelijk aan =
of nogmaals boven ^> de Psi sprong α[n]ψ[Ψ]
stellen, die ver boven ^> de standaard psi array
in α[n]ψ[m,Z] gaat.
In wezen eindigt de definitie van grote getallen
en grotere sprongen daarover, of hoger oneindige,
wanneer we geen zin meer hebben,
net als bij de oude Indiërs.
$ 3. Psi index array
Hieronder doen we rigoreus verslag
van de reis naar het allergrootste.
De psi sprongen over ons standaard systeem,
waarin voorgaande psi als input worden genomen,
zijn te noteren in index arrays
met dezelfde vorm als onze standaard arrays,
die er dus ook op aan zouden sluiten.
$ 3.1. Supremum
De eerste psi sprong over een standaard systeem
relateert aan grotere getallen, die naar keuze
op verschillende parameter posities
boven het ermee uitgebreide systeem kunnen beginnen.
Wat we als "supremum" van het systeem verstaan
en/of als het eerste getal psi ψ
significant "groter" dan dat,
kan zodoende meer of minder krap worden genomen.
Dit leggen we uit aan de hand van
een voorbeeld met supermachten.
In 1928 bewees Wilhelm
Ackermann
waar de hoger recursieve functies,
die David Hilbert had gepostuleerd,
precies beginnen.
De naar Ackermann genoemde functie a↑{a}a
is als eerste niet primitief recursief,
daar deze sneller stijgt dan de supermachten a↑{c}b
waarin enkel de waarde van b of van c
variabel is gesteld.
Zo kan ook a→2→2→2
via a→2→a*a of anders a↑{a*2}2
een supremum zijn van de supermachten,
hoewel de uitkomst praktisch niet groter is.
De drie parameter keten a→b→c
in zijn geheel is "dubbel recursief".
Stel nu, dat ψ aan de daarop volgende
enkele recursie over superexponent c relateert.
Dit zijn de getallen van Graham,
die zeker significant groter worden.
a→b→c1→2 = a→b→(a→b→c→2)
== a→b→(..a→b..) :c:
= a↑{..1..}b :c1:
Dan zou de vierde parameter a→b→c→d1
de eerste psi index ψ_d weergeven.
En springt de keten a→2→2→2→2 met ψ_ψ
boven alle recursieve psi uit.
Of anders kunnen we een sprong maken door
een hele dubbele recursie op de supermachten te plakken.
De hele keten van vier geeft dan de systemisch *>
grotere psi ψ_1 aan.
En volgt uit de keten van vijf a→b→c→d→e
de index ψ_e van recursieve psi sprongen.
En uit a→2→2→2→2→2 weer de ψ_ψ
van de eerste sprong boven de index psi.
Vervolgens drukt elke dubbele recursieve schakel
in Conway's keten een index in de psi index rij
van hogere sprongen uit over het supermacht systeem.
Of we de eerste psi index relateren
aan de vierde d of aan de vijfde e schakel,
doet er bij deze groter groeiende rij
allengs niet meer toe.
$ 3.2. Psi index tot Mahlo
Onze eerste psi ψ is systeem recursief
groter *> dan alle standaard getallen a,Z
die we binnen fysische grenzen
uit kunnen drukken in ons systeem.
Elke volgende psi sprong ψ_n1
is een virtueel getal, dat weer *> groter is,
dan alle output van input psi ψ_n,Z
in dat standaard begrensd systeem.
Definieer de vergelijking
van de eerste psi index opnieuw.
Ook toe te passen na substitutie hiervan
in hogere indexen in de psi array.
ψ[0] = 1
ψ[1] = ψ *> (m,Z)
ψ[n1] *> (ψ[n],Z)
Merk op dat array systemen voor grote getallen
ook grote gaten ertussen laten vallen.
Daarom is de definitie van alle psi ψ_n
met grote index door een reeks opeenvolgende
vergelijkingen fysisch onmogelijk.
Maar wel is elke psi, die met een groot index getal (a,X)
is uitgedrukt, qua grootte *> te vergelijken
met psi met eerdere index.
Nu springen we ook in de psi index
de standaard systeem getallen a,Z
voorbij, met een grotere ψ_ψ index psi.
ψ[ψ] *> ψ[(m,Z)],Z
+> ψ[(m,Z)] *> ψ[n]
Toch is het zinloos om virtueel getal ψ_ψ
in te voeren in het systeem en dan te vergelijken.
Omdat de aanname van de index sprong "psi psi"
uitgaat van een ruwe maximale systeem expressie,
waar een indexje meer (m,Z)1 of minder (m,Z)-
even zoveel "groter" uitpakt.
Alleen de sprong ψ over de index
doet er in de *> vergelijking toe.
Dit geeft direct psi psi ψ_ψ aan, boven
alle recursieve sprongen over systeem input psi.
Waar de nieuwe index waarde een functie krijgt,
hier bij 1 of anders bij 2 pas,
maakt voor welke sprongen
met index arrays mogelijk zijn niet uit.
ψ[0,1] = ψ[ψ[0]] = ψ[1] = ψ
ψ[1,1] = ψ[ψ[1]] = ψ[ψ] = ψ_ψ
ψ[2,1] = ψ[ψ[2]] = ψ_ψ_2
*> ψ_[(ψ,Z)]
ψ[n1,1] = ψ[ψ[n1]] = ψ_ψ_n1
*> ψ[(ψ[n],Z)]
In sprong index arrays ψ[X]
lijkt het psi teken op de constante a
in de functie array. In plaats van de kopie ab
op te tellen, substitueren we de kopie psi ψ[]
met haakjes als primitieve operatie.
ψ[0,2] = ψ[ψ[0],1] = ψ[1,1] = ψ_ψ
ψ[1,2] = ψ[ψ,1] = ψ[ψ[ψ]] = ψ_ψ_ψ
*> ψ[ψ[(m,Z)]] *> ψ[n,1]
Net als Cantor kunnen we het oneindige
heel precies opbouwen.
Tel bij ω_ω_ω+n
en bij de index ω_[ω_ω+n]_,X
en dan ω_[ω_[ω+n]_,X]_,X dieper.
In zijn geheel ω_[ω_[ω,X]_,X]_,X
tot we de volgende omega noteren als ω_ω_ω_2
of als ω[2,2] met index array.
De stappen boven in deze opbouw
vallen vanzelf weg tegen een stap eronder
en dan begint het gewone tellen weer.
Maar de hoger oneindige Mahlo sprong volgt alleen
uit het oneindig tellen van de index nest diepte.
Om daarbij voor elk van die indexen Cantor's
constructie te herhalen is niet langer zinvol.
Bij systemen voor grote getallen
is het maximum m,Z nogal fuzzy.
En voor de psi sprong ψ erboven geldt,
dat deze vrij willekeurig te relateren is
aan een extra parameter in een virtuele
systeem extensie.
Daardoor is precies bijtellen op de wijze
van Cantor's omega bij hogere psi niet zinnig.
Het verschil in sprong blijft ~> insignificant.
ψ[a1,2] = ψ[ψ[a1],1]
= ψ[ψ[ψ[a1]]]
*> ψ[(ψ[(ψ[a],Z)],Z)],Z
~> ψ[ψ[(ψ[a],Z)]]
Door psi recursief "om" te tellen
wordt de eerste index genest,
tot deze is omvat door een trap van psi
zo hoog als de tweede index variabele.
Zoals vermenigvuldigen a*b
een reeks a.. optelt, ontstaat hier
door te nesten een trap met b1
index sprongen ψ[]
en de eerste index a1 als grond waarde.
De operatie van de tweede index
"veromvuldigt" de eerste.
ψ[a1,b] = ψ[ψ[a1],b-]
== ψ[..a1..] :b1:
*> ψ[..ψ[a],Z..] :b:
Van al die index treden is de onderste dominant.
Het is voldoende om de sprong van de eerste psi ψ_a1
te vergelijken *> met de systeem expressie ψ_a,Z
op dat geneste niveau. De psi ψ_a
domineert daarin de standaard Z structuur.
Voor psi index arrays geldt,
zolang de constructie geschiedenis klopt,
mogen we aannemen dat de ermee uitgedrukte
sprongen vergelijkbaar zijn.
Druk nu de Mahlo sprong over de geneste reeks
psi indexen uit in een array.
ψ[1,0,1] = ψ[0,ψ[1]] = ψ[0,ψ]
= ψ[..1..] :ψ:
*> ψ[..ψ..] :m,Z:
Hoe het algoritme voor de psi index recursie
precies werkt, of zelfs hoe snel de functie is,
doet er hier niet zo toe.
Het is elegant om de Mahlo mijlpaal
in zo'n eenvoudige array uit te drukken.
We geven de psi array wel dezelfde structuur
als de 0 -type array van grote getallen.
Daaraan ontspringt dan een grotere cyclus
van n -type psi arrays.
$ 3.3. Psi index rij
In psi arrays geeft de eerste parameter
steeds de index aan van de dominante psi,
die het diepst genest wordt in de uitwerking.
In onze voorbeelden laten we de index 1
bij psi ψ_1 = ψ gewoon weg.
De tweede index drukt het aantal
subscript psi indexen onder psi uit.
Waarde 1 zet er dan een psi ψ_ψ boven,
wat als repetitie ψ[..1..] :2:
te schrijven is, maar in het voorbeeld
hieronder in de rep komt te staan.
ψ[1,1,1] = ψ[ψ[1],,1]
= ψ[,ψ[ψ]] = ψ[..1..] :ψ_ψ:
ψ[1,2,1] = ψ[ψ,1,1] = ψ[ψ[ψ],,1]
= ψ[,ψ[ψ[ψ]]] = ψ[..1..] :ψ_ψ_ψ:
ψ[2,1,2] = ψ[ψ_2,,2] = ψ[,ψ_ψ_2,1]
= ψ[..1..] :ψ[..1..]: :ψ_ψ_2:
De derde index stapelt een aantal repetities,
waarbij we de sprong van de eerste twee parameters
in de dominante repetitie rechts zetten.
Omdat natuurlijk getallen bestaan uit enen 1..
komen uitgetelde psi indexen in feite leeg
te staan, zonder 0 teken.
Gelukkig hoeft een sprong vergelijking
van hogere psi over de voorgaande maximale array
niet in recursief gestapelde reps plaats te vinden.
Ook bij de Mahlo ψ[,ψ] sprong *>
over ψ[,(m,Z)] is het al handiger om dit
in de betreffende parameter aan te geven.
Merk op dat de waarde van de eerste index
in de psi array onder tweede index ψ
er niet meer toe doet.
In een direct aftelbare psi array komt
de sprong vergelijking in de eerste index.
Substitutie met psi ψ_1 vergelijkt
met maximum m en verdere psi ψ_a1
waarbij a>0 met de voorgaande psi ψ_a
sprong als input in het standaard systeem.
ψ[1,1X] = ψ[ψ[1],X] =
ψ[ψ,X] *> ψ[(m,Z),X]
ψ[a1,1X] = ψ[ψ[a1],X]
*> ψ[(ψ[a],Z),X]
Door een regel voor array substitutie ψ[ψ[a,1X],X]
zouden de psi index sprongen sneller kunnen groeien:
onder de tweede index al dubbel recursief.
Maar er is geen haast; primitieve psi
index substitutie met ψ_a is voldoende.
Net zoals bij de grote getallen van onze Adam en Eva arrays,
zal de psi oplaadregel in het vervolg
het recursieve verschil weer inhalen.
De sprong vergelijkingen geven we verder niet aan;
deze zouden op de plaats van de eerste substitutie
van psi in de array komen te staan.
We laden die psi met enkele index
nu op naar alle parameters in de eerste rij.
ψ[0,{k1}1X] = ψ[,{k}1,X]
== ψ[1,{k1}X]
ψ[a,{k1}1X] = ψ[,{k}ψ[a],X]
Om ook indexen van de hogere en geneste array rijen
op te laden noteren we de psi substitutie
met een algemene regel.
Hierbij selecteert onze scan vanaf links `=
de eerst gevonden vormen en past deze aan,
terwijl de overgeslagen delen van de index array
blijven staan. Op de spaties de afgetelde iteraties
en rechts tot het eind de hogere die nog wachten.
- ψ[a ,1 `= ψ[ ψ[a],
Stel hierbij dat a≥0
zodat dezelfde regel in de volgende evaluaties
een reeks ψ_0 = 1 oplaadt en aftelt
tot ψ[1 terugkeert aan de basis.
Pas dan komt ψ_1 links van de hoge index ψ_a--
te staan. Die 2 minder krijgen we bij een grootte
van psi gratis, net of dit oneindig ω was
en zinloos om af te tellen.
Zo bezien is de hele ruimte links
van de hoogst opgeladen psi ψ[a>0]
gratis te vullen met parameters ψ psi.
En als dit tellers betreft voor lagere structuren,
dan blazen we die ruimtes gelijk op tot de maat van psi.
Conclusie moet zijn dat in een psi array
de dominante index uitmaakt
hoeveel "groter" de sprong is,
gegeven de positie ervan in de totale structuur.
Dit was in onze standaard arrays bij benadering
ook al zo, maar die gaven nog een exact
natuurlijk getal als uitkomst.
We hebben hier met een enkele regel een arbitrair
lange rij van psi indexen in kaart gebracht.
Met primitief nesten van de index
en opladen van psi vanuit de basis,
drukt de rij lengte een dubbele recursie uit.
Dit lijkt op het algoritme
voor de array rij van ons systeem Eva.
Maar het doet er niet zoveel toe,
wat de regels voor evaluatie precies zijn.
We zouden de twee systemen, die voor grote getallen
en die voor grotere psi, ook kunnen aanpassen,
zodat ze recursief gelijk lopen.
# 3.3. Psi ruimtes
Psi is de aanname van een eerst groter (natuurlijk
of oneindig) getal boven een standaard notatie systeem.
Binnen de fysische grenzen van ons systeem is er dus geen
constructie mogelijk, die psi aftelt tot standaard getal.
Nadat we een parameter in de array met ψ
opladen en daar de vergelijking *>
met de maximale systeem expressie m,Z trekken,
kan deze iterator in principe afgeteld worden.
Maar in psi index arrays, die bedoeld zijn
voor de notatie en vergelijking van recursief grotere
sprongen, werken we dat verder niet uit.
In elke dimensie of uitbreiding van array structuren
reserveren we of een "teller" cel of een "meter"
voor de expansie van de onderverdeling ervoor.
Die voegen aan de oude ruimte links
(bij herhaling een groeiend aantal) subruimtes toe,
of expanderen deze (steeds opnieuw) in zijn geheel.
Op de tweede rij "meet" dit getal bijvoorbeeld
de hele lengte af van de eerste rij,
of "telt" er stapsgewijs extra parameter plaatsen bij.
We tellen liever per stap bij, zonder op te hoeven ruimen,
omdat de definitie dan eenvoudiger is.
Laten we de rijen in psi arrays scheiden met separatoren ,[2]
met index 2 die samen de tweede dimensie vormen:
het "vlak" in de array.
De teller t rechts van de separator voegt steeds
een komma , en parameter ψ[a] toe
aan de rij ervoor, met recursief groeiende waarden a
vanwege de evaluatie trein tussen elke teller stap.
,[0] = ,[] = 0
,[1] = ,
ψ[a,{k},[2]1t] = ψ[,{k},ψ[a],[2]t]
Zo hevelen we een teller in een hogere dimensie
(hier het vlak) over naar de nieuwe tellers
(parameters aan de rij) van de lagere dimensie.
Het valt te bewijzen dat de toename in waarde
van de extra parameters van a_1 naar a_t
insignificant blijft ten opzichte
van het aantal t van de teller.
Maar als onder de tweede index op die rij
een psi opgeladen wordt naar de teller,
dan mag duidelijk zijn dat dat aantal dominant is.
ψ[a ,[1n]1t `= ψ[ ,[n]ψ[a],[1n]t
Een algemenere psi substitutie regel,
die geneste psi index arrays definieert.
Waarin tekst variabele S gesloten is,
wat betreft separator subarray haakjes.
- ψ[a ,[1S]1 `= ψ[ ,[S]ψ[a],[1S]
We kunnen in ons standaard systeem geneste arrays
uitbreiden tot elkaars nestdiepte expanderende reeksen,
waarvan het aantal eventueel weer vermeerderd wordt
door een hogere operatie met arrays.
Laat dan in dezelfde regel voor S gelden,
dat het aantal haken erin klopt,
zodat op dit subarray niveau ook de overgangen ][
en eventueel ]*[ of ]+[ voor kunnen komen.
- - - -
Een regel in de stijl van Bird
zou de hele afgetelde structuur links opruimen
en vervangen door een nieuwe langere versie.
Een definitie in stappen is ook mogelijk,
als we tijdelijk een teken voor uitstel \
van evaluatie introduceren.
ψ[b,{k1},[2]m1,X]
= ψ[b,{k1}\,[2]m1,X] "\ intro
= ψ[b,{k}\,[2]m1,X] "sep elim
== ψ[b\,[2]m1,X]
= ψ[b,[2]m1\,X] "\ verplaats
= ψ[b,[1],[2]m\,X] "sep intro
= ψ[b,,[2]m\,X] "array elim
== ψ[b,{m},[2]1\,X]
= ψ[1,{m}b,[2]\,X] "b verplaats
= ψ[1,{m}b,[2],X] "\ elim
De tussenregel voor "separator eliminatie" om lege cellen
aan het rij einde op te ruimen ,,[2] = ,[2]
kan ook eerder worden ingezet,
zodra een iteratie rechts is afgeteld.
Dit oogt mooier en rekenkundig past het beter,
maar qua grootte van de uitgedrukte getallen
verandert het weinig aan het resultaat.
Als een nieuwe b is opgeladen naar rij meter m
worden voorliggende rij lengtes insignificant.
We kunnen dit principe, om ondergeschikte ruimtes
leeg te ruimen en alleen gelijke of grotere structuren
te bewaren, consequent proberen door te voeren,
maar de bepaling van de relatieve separator array grootte,
wordt steeds ingewikkelder.
Zie Bird's regels om afgetelde
meters ,[R]1,[S] = ,[S] te verwijderen
die aan de vergelijking R<S voldoen.
Dit is voorbij zijn geneste arrays erg complex
en draagt niets bij.
Wij elimineren daarom alleen afgetelde plaatsen
rechts aan het uiteinde van arrays.
- - - -
De regel voor "opladen", die direct
op de hele rij of voorliggende ruimte uitwerkt.
Scan de expressie van links naar rechts `=
tot de eerste aftelbare variabele gevonden is.
Elke variabele is "gretig",
dus hier stelt n een heel getal voor,
dat meteen tot 0 reduceert
en even zoveel mindere separatoren
in de ruimte ervoor aanlegt.
- ψ[b, ,[1S]m {m>0}
`= ψ[1, ,[S]..b,[1S] :m
== ψ[ψ, ,[S]..b-,[1S] :m
*> ψ[(m,Z), ,[S]..b-,[1S] :m
Merk op dat de eerste aftelbare variabele van links
ook een index kan zijn in een geneste separator array.
En ook dat na aanvang elke b een getal psi voorstelt,
dat niet wezenlijk van b- te onderscheiden is.
We kunnen de tussenzetten voor psi per
vergelijking *> gevoegelijk overslaan en ons richten
op de structuur, die tenslotte dominant is.
Definieer de verschillende ruimtes binnen de psi array
met separator indexen.
Rijen variabelen ,n_i.. met separatoren ,[2]
ertussen vormen een vlak.
Een aantal vlakken gescheiden door komma ,[3]
vormt de derde dimensie.
Ruimtes met separator indexen ,[p]
vormen een p -dimensionale array.
Na de multidimensionale volgen de hyperdimensionale arrays,
waar bij de komma ,[p_0.,p_i..]
een hele rij van indexen hoort.
En zo nesten we separator array ,[T] in separator array,
op dezelfde manier bij deze psi functies
als in de definitie van grote getallen.
Met de directe oplaadregel hierboven
evalueert elke geneste arrayruimte
uiteindelijk tot een hogere psi.
Eigenlijk is alleen de definitie van hogere overgangen
nog interessant in de expansie van deze structuur.
Voor aftelbare variabelen blijven op elk niveau
dezelfde oplaadregels gelden, van links naar rechts.
ψ[0, 1n `= ψ[1, n
ψ[b, ,1 `= ψ[1, b,
Gegeven een psi index functie met beginwaarde b>0
zal de lege structuur links van de eerst gescande
aftelbare variabele opnieuw worden opgeladen.
Zo geven de verschillende oplaadregels voor hogere meters
uitdrukking aan de expansie van dimensies,
nestdiepte, haakjesparen, etcetera.
En geeft de structuur zelf een ordening aan
van systemisch grotere index getallen psi.
- - - -
Terug naar onze druppelsgewijze methode,
waar het opladen van gewone parameters
onder dezelfde definitie blijkt te vallen
als de hogere meters binnen geneste arrays.
- ψ[b, ,[1T]1 `=
ψ[1, ,[T]b,[1T]
Omdat we het zo hebben geregeld dat ,[0] wegvalt,
volgt uit T=0 in de formule het simpele opladen
van variabelen als c=0 tot c=b op de eerste rij.
Waarna het omtellen van psi indexen b tot ψ[b]
weer kan beginnen.
Omdat dit qua definitie het meest economisch is,
lijkt onze methode van het bijdruppelen van cellen
en dimensies en hypergeneste separatoren de beste.
Waar het om gaat is, dat index array functies
zoals die voor psi, dezelfde structuur en regels
voor het reduceren of evalueren van elementen
van die structuur kunnen hebben
als natuurlijke grote getallen functies.
Naar keuze.
# 4. Psi systeem
Onze systemen voor grote natuurlijke getallen
expandeerden de structuur van geneste separator arrays ,[X]
door deze na elkaar ,.[X_i].. te plaatsen.
Daarbij kwam de regel dat de nestdiepte van een array links
wordt vergroot door de meter in het begin
van de spade array rechts ervan af te tellen.
Onze scanner zoekt namelijk steeds
de eerste aftelbare variabele vanaf links
en er komt een moment dat een array leeg geteld is,
al dan niet ontdaan van zijn skelet van lege nesten
en holle dimensies. We noemen een opeenvolgende
verdiepende array reeks "spades".
Binnen onze psi arrays kunnen we
de separator index arrays op dezelfde wijze stapelen,
als spades met dezelfde evaluatie regels.
En tussen die spades komt dan weer de ;
operator separator, die vanuit de spades rechts
array na array toevoegt aan de reeks links.
Verder kunnen we elk nieuw structuur element volgens
dezelfde regels in psi arrays uitwerken,
als in de getalsystemen waar psi ψ oorspronkelijk
de bovengrens van is. Zie aldaar,
de structuren en algoritmes
om ook psi index arrays maximaal te expanderen.
Nu gaan we de psi index arrays ook in reeksen schrijven.
Maar de regel voor de overgang in deze opeenvolging
moet wel anders uitwerken. Anders zouden we enkel
een nestlaag met spades toevoegen aan de array,
wat bij deze maximale systeem expansie niet veel opschiet.
We kunnen beter overgaan naar de volgende systeem ronde
van psi sprongen.
Noteer in de psi index array Y als maximale structuur,
zoals Z dat bij gewone functies was.
Hier voegt ψ[Y],Z niets meer toe aan ψ[Y]
en ook een extra variabele op de eerste rij ψ[ψ,Y]
breidt de structuur Y niet echt uit.
Alleen door over de hele psi index array heen te
springen, zoals psi over al onze grote getallen sprong,
krijgen we nog grotere psi of ook oneindigere omega.
ψ[0][1] = ψ[1] = ψ
ψ[1][1] *> ψ[ψ,Y]
ψ[b1][1] *> ψ[ψ[b][1],Y]
*>> ψ[..ψ..,Y] :b1:
ψ[ψ][1] *> ψ[ψ[(m,Z)][1],Y]
De eerste index wordt in deze context
weer als bovengrens gedefinieerd.
Met de vergelijking *>
verklaren we dat geen enkele standaard psi index array
groot genoeg is om met de voorganger psi daarin
de volgende psi uit te drukken.
Na deze vergelijkende sprongen gaan we opnieuw over
tot de expansie van het index array gedeelte.
Het lijkt of we eigenlijk niet verder komen zo.
ψ[0,1][1] = ψ[1][1]
ψ[1,1][1] = ψ[ψ[1][1]][1]
ψ[b1,1][1] = ψ[ψ[b,1][1]][1]
== ψ[..1..][1] :b2:
Dit algoritme is dubbel recursief en meteen al maximaal,
omdat we de hele expressie in b substitueren,
terwijl deze minimaal is afgeteld.
ψ[0,c1][1] = ψ[1,c][1]
ψ[b1,c1][1] = ψ[ψ[b,c1][1],c][1]
== ψ[..1..,c][1] :b2:
Opladen van subtotaal b naar lege variabelen
rechts in de index array werkt weer als voorheen.
Expansie van structuren idem dito.
Dan komen we weer uit bij de volgende
vergelijkende sprongen over de maximale index array.
En in het algemeen dus ook:
ψ[0][1W] = ψ[1][W]
ψ[1][1W] *> ψ[ψ,Y][W]
ψ[2][1W] *> ψ[ψ[1][1W],Y][W]
ψ[b1][1W] *> ψ[ψ[b][1W],Y][W]
*>> ψ[..ψ..,Y][W] :b1:
Waar de constante b uit de oorsprong
van de psi index array
ook zal overladen naar afgetelde variabelen in de tweede
psi array W en de volgende psi spade arrays.
Alsmede naar het vervolg apparaat
van psi array separator operatoren,
die hun eigen index arrays weer met zich meebrengen, enz.
ψ[b1,1V][W] = ψ[ψ[b,1V][W],V][W]
== ψ[..1..,V][W] :b2:
Deze [W] spades kunnen dus een reeks [W_i]..
psi arrays omvatten en alle verdere poespas
die het systeem expandeert.
De regels voor herhaling van psi spades werken weer
hetzelfde als voor de herhaling van separator spades.
Alleen de definitie van psi ψ[b][W] expressies,
waar de index enkel de constante b bevat,
werkt via *> vergelijking met de voorganger expressie.
Zo komen we uit op een systeem van psi sprongen
dat in zijn geheel de tweede ronde van het systeem vormt.
De volgende rondes zullen wel hetzelfde gaan.